De stenen spreken.

 

Een oud Arabisch gezegde luidt; Alles vreest de tijd maar de tijd vreest de piramides.

Nog steeds is dit door de feiten niet bevestigd, maar het geeft wel aan hoe stoer en onverzettelijk deze stenen kolossen zijn gebleken de afgelopen duizenden jaren.

In Egypte, 15 km. ten westen van Cairo staat op het plateau van Gizeh de grootste piramide die ooit gebouwd is; het is de piramide van Cheops.

Op dit plateau staan drie piramides; waarvan die van Cheops de grootste is en de meest bekende, maar vooral de meest bijzondere.

De laatste jaren is deze stenen gigant meer bekend geworden als de piramide van Gizeh of; De grote Piramide.

Tot in de 19e eeuw was dit het hoogste bouwwerk op aarde.

Eeuwenlange geteisterd door zon, wind en aardbevingen en zelfs de grote vloed van Genesis 6 staat dit bij nader inzien ingenieuze stenen bouwwerk nog steeds te getuigen van een ver verleden.

Al die tijd is de mensheid aan het speuren naar het hoe en naar het waarom en waartoe.

Vele antwoorden zijn inmiddels al gevonden maar er blijven ook nog heel veel vragen over.

De technische onderzoek methoden zijn tegenwoordig meer uitgebreid dan vroeger.

Men gebruikt röntgen straling en sonar en ook lasermeetapparatuur en minicamera’s op radiografisch gestuurd karretjes om dit mysterie verder te ontrafelen.

Deze enorme stapel stenen vertellen een ontzagwekkend verhaal.

Wat was de bron die de bouwers inspireerde tot deze onvoorstelbare constructie, en wie hebben het gebouwd?

Hoe was het in het oude Egypte mogelijk om de plannen om te zetten in een realiteit, zo buiten proporties nauwkeurig en veelzijdig en doordacht, dat de mensheid nog steeds geen flauw benul heeft hoe men aan die kennis kwam en hoe men in staat was dit alles ook echt te realiseren.

Er is, ook nu in deze verlichte eeuw van technologie en razendsnelle rekenkunde geen enkel bouwwerk op aarde die dit fenomeen maar benadert.

Geen enkel bouwwerk van na die tijd heeft de tand des tijds zo glansrijk doorstaan, als deze kolossale gedenksteen; is dit het eerste maar ook het laatste grote bouwwerk der mensheid?

 

Een paar gegevens.

De Grote Piramide heeft een inhoud van maar liefst 2.600.000 m3; een hoogte van 146,49 m.

De voetbreedte der zijden is 230,33 m. en de hoek der zijden is 51 graden en 50 boogminuten met de horizon. De omtrek is bijna een kilometer; dat is dus wel een kwartiertje lopen.

Alle andere piramides hebben vanaf de ingang, die veelal aan de noordzijde ligt, naar beneden gaande gangen of horizontale. De grafkamer ligt altijd onder de grond; de piramide is daarbovenop gebouwd als gedenksteen.

Alleen de Grote Piramide heeft na een aanvankelijke daling die uitkomt in de kamer der chaos, die onderaards is, een stijgende gang met eerst de Koninginnen kamer en na de grote galerij helemaal bovenin de Koningskamer.

Deze hele bijzondere ruimten liggen allemaal boven het aardoppervlak.

 

Welke eenheid van lengte gebruikten ze?

Wij meten nu in meters en millimeters of in inches en voeten; we kennen de gewone mijl, die verschilt van de nautische mijl.

De oude Egyptenaren gebruikten drie lengte maten n.l. de Duim, de gewone El en de Heilige El.

Doordat men jarenlang zowel het inwendige als het uitwendige van de Grote Piramide heeft onderzocht is men er achter gekomen dat de grondeenheid van deze gedenksteen één vijfhonderd miljoenste deel is van de lengte van de as van de aarde, d.w.z. de diameter van pool tot pool.

De onderzoekers hebben dit de Piramide-inch genoemd. (P.inch.)

Deze piramide inch is 25,4278 millimeter en de Engelse inch is 25,3999; het verschil is slechts 0,0279 millimeter.

De gewone El was 20,6066 x P.inch en de Heilige El was 25 x P.inch.

En wat bleek? De omtrek van het grondvlak van de piramide is 36524 P.inch en de hoogte 5813 P.inch. Het is natuurlijk geen toeval dat een jaar 365,24 dagen heeft oftewel 36524 : 100.

Het wordt nog mooiere want als we de omtrek delen door de hoogte der piramide dan is de uitkomst 36524 : 5813 = 6,2831584 en dat is precies 2 x 3,14 oftewel 2x pi !

Hiermee kunnen we nu zeker weten, dat 300 jaar voor de zondvloed de verhoudingen in een cirkel tussen de omtrek en de diameter, zijnde 2 x 3,14 al bekend was.

Vroeger beschavingen hadden hen deze wijsheid gebracht, luidt het verhaal, maar wie of wat was die beschaving?

Vele eeuwen later hebben de Griekse wijsgeren ook na veel gedoe het getal pi weer bepaald; ze waren bepaald niet de eerste dus. Maar er is nog veel meer.

 

Is de grote piramide een koningsgraf?

Piramides zijn altijd bedoeld als grafmonumenten voor koningen en heersers.

Ook na hun dood kon men aan het graf zien hoe groot deze Farao wel was geweest.

Tijdens hun leven al lieten deze Farao’s zich als goden behandelen en vereren, maar ze wisten zeer wel dat dit aardse bestaan eindig was en begonnen al tijdig uitgebreid voorbereidingen te treffen voor een imposant grafmonument.

Zo’n koningsgraf kreeg veelal de naam van de heerser die er later in begraven werd.

Zo kennen we piramides met de naam Cheops, die naast De Grote Piramide staat en Chefren en de veel kleinere van Mycerinus  Khufu, Khafra en Menkauwra.

Omdat er in de grote piramide nooit een koning begraven is geweest, is deze bekend geworden onder de naam; De grote piramide.

In deze piramide is inderdaad een prachtige granieten graftombe gevonden maar er heeft nooit iemand in gelegen en er was ook geen deksel bij; sterker nog, de constructie van de piramide is zodanig dat er nimmer een stoffelijk overschot in begraven had kunnen worden.

Het grote granieten blok dat de gang naar de koningskamer blokkeert kan niet verwijderd worden omdat de afmetingen groter zijn dan de gang die het blokkeert.

Deze blokkade is dus tijdens de bouw geplaatst zodat later niemand er meer in of uit kon.

De grafschenners die de vermeende schatten wilden roven, hebben zich een gang om dit stuk graniet heen gehakt door de zachtere kalksteen.

De conclusie is dus; de Grote Piramide is geen koningsgraf en is ook nooit zo bedoeld geweest.

Een open doodskist zonder deksel getuigt eerder van de opstanding dan van de dood.

 

 De menselijke belangstelling.

Het was natuurlijk wel bekend dat er grote rijkdommen met de Farao’s het graf ingingen; die hadden ze nodig in hun volgend leven. Ze geloofden dus vast in een opstanding; een leven na dit aardse bestaan, zoals alle volken uit de oudheid.

Het was echter in het algemeen nog niet zo gemakkelijk om de ingang te vinden naar deze rijkdommen, die was meestal meesterlijk verborgen.

Er gaan verhalen dat de laatste bouwers die de Piramide afsloten, gedood werden om uitlekken van de waarheid te voorkomen. Het waren toch maar slaven . . .

Alle piramides werden vrij snel leeggeroofd, maar wat dat betreft bleek er in de Grote Piramide niets te halen; geen rijkdommen, geen schatten of gebruiksvoorwerpen.

Er staan ook geen verhalen of afbeeldingen op de muren.

Al in het begin van de 9e eeuw stelden Arabische onderzoekers bijzonderheden te boek over de Grote Piramide en in 500 jaar voor Christus schreef Herodotus hier al over.

De westerse belangstelling kwam wat later; zo na 1480 maar in 1637 leidde Professor Greaves een meer nauwkeurig onderzoek. Daarna hebben talloze onderzoekers zich op dit fenomeen geworpen, want al snel kreeg men de stellige overtuiging dat het hier om iets heel bijzonders ging.

In de afgelopen vier honderd jaar zijn er zeker zestig boeken verschenen over deze Grote Piramide; geen gebrek aan belangstelling dus.

 

De legenden rond de Grote Piramide.

Natuurlijk deden er in de oudheid veel verhalen en legenden de ronde over deze unieke kolos.

Er zouden grote schatten in verborgen liggen en zelfs Noach zou erin gewoond hebben.

Sommige verhalen kwamen toch een beetje in de richting van wat de betekenis zou kunnen zijn.

Er zouden visioenen geweest zijn, waarin een in de toekomst liggende grote catastrofe op aarde zou plaatsvinden. De toenmalige Farao besloot daarop, dat een grote piramide gebouwd moest worden, waarin belangrijke gegevens verwerkt moesten worden voor latere geslachten.

Deze gegevens waren rekenkunde en meetkunde, de omloop van sterren en planeten; allerlei data van markante gebeurtenissen in verleden en toekomst.

Dit soort verhalen wekte natuurlijk wel de belangstelling op bij westerse oudheidkundigen.

En hoe ging dat met die verwachtte catastrofe? Ja die kwam inderdaad na 300 jaar; de grote vloed zoals beschreven in Genesis 6.

 

De aanblik.

De piramide is tegenwoordig heel gemakkelijk te bezoeken en te bekijken.

Veel toeristen komen en gaan naar het plateau van Gizeh.

Wat je dan ziet is een enorme stenen kolos; een stapel steen blokken; geteisterd door natuurgeweld en geschonden door mensenhanden.

Maar hij staat er nog, al is de glorie van de gepolijste witte marmeren bekleding verdwenen.

Die marmeren stenen werden gestolen nadat ze bij aardbevingen naar beneden vielen.

Ze waren prachtig om gebouwen en paleizen te restaureren en te bouwen in Cairo.

Diep in het zand rondom de voet van de piramide werden er nog wel een paar terug gevonden.

Deze stenenroof begon waarschijnlijk in ongeveer de 9e eeuw na Christus.

Oorspronkelijk weerkaatsten de gladde witte zijwanden  de zonnestralen precies in die richting die de ontwerpers voor ogen hadden gestaan bij de verschillende zonnewenden en het begin van herfst en voorjaar; ze wisten toen al van die dingen.

Deze functie doet sterk denken aan het Engelse Stonehenge; ook een monumentale demonstratie van kennis van ons zonnestelsel.

Wat ook opvalt is het ontbreken van de top; het hoofd van de hoeken mist.

De top is een plat vierkant met een zijde van 14 meter. Volgens de legenden was de top ooit van goud en blonk schitterend in de zon en was kilometers ver te zien.

Ook in de omgeving is nooit iets gevonden wat deel uit gemaakt zou kunnen hebben als top van deze piramide.

Bij het bekijken van de piramide zie je nu ook alle steen lagen, omdat de gladde marmeren afdeklaag verdwenen is.

Het valt dan op dat niet alle lagen dezelfde dikte hebben. Vooral de 35e laag is aanzienlijk dikker dan de anderen.

 

 Waar komt het woord;‘piramide’ vandaan?

De naam die de oude Egyptenaren aan de Grote Piramide gaven was; ‘Khuti’ dat: ‘De Lichten’ betekent. Dit slaat duidelijk op de reflecties, die de zonnestralen gaven op speciale data

zoals het begin der lente en zomer e.d.

Dit woord ‘Khuti’ is in Semitische talen; Urim. De stam van dit woord is; ‘Ur’ d.i. ‘Licht’.

Dit woord is in het Grieks ‘Pur’ of ‘Pyr’ of in het meervoud; ‘Pyra’ d.i. ‘Bakenlichten’.

In het Hebreeuws betekent Middin; maten. Vandaar dat de Chaldeeuws- Hebreeuwse naam voor de Grote Piramide;’Urim-middin’ is.

In het Grieks wordt dit; ‘Pyra-midos’, d.i. een vergrieksing van; Urim-Middin .

Zo komen we dus aan het woord piramide wat dus eigenlijk; Baken van Lichtreflecties’ of ‘Baken van  maten’ betekent.

 

Wanneer werd de Grote Piramide gebouwd?

Ir. Davidson maakte behoorlijk studie van de verschillende dynastieën van Egypte en hun chronologie. Hij denkt dat deze piramide gebouwd is tijdens de regeer periode van Cheops.

Diens eerste regeringsjaar was 2645 vóór Christus.

Dat is dus ongeveer 300 jaar vóór de grote vloed van Genesis 6  beter bekend als de zondvloed.

Verschillende onderzoekers hebben later deze datum bevestigd.

Men begon dus met de bouw 26 eeuwen vóór dat onze jaartelling begon.

 

De ligging en locatie.

De Grote Piramide ligt precies op 31 graden, 7 minuten en 57 seconden O. L. van Greenwich en op de geografisch breedte van 29 Graden, 58 minuten en 51 seconden Noord aan de N-O hoek van het plateau van Gizeh.

Het is een rotsbodem die voor de bouw zo vlak mogelijk werd gemaakt.

Over een afstand van 325 meter is de vlakte afwijking niet meer dan 15 mm.  

De Nijl delta vormt een kwart van een cirkelsegment waarvan de kust de boog vormt.

Precies in het hoekpunt van dit boogsegment van 90 graden is de locatie van de Grote Piramide westelijk van de Nijl.

Als we vanaf middelpunt van De Grote Piramide een lijn over het aardoppervlak trekken naar Betlehem, dan maakt die lijn een hoek met de evenaar van precies 26 graden; 18 boogminuten en 9,63 boogseconden.

Het verbazende is dat dit dezelfde hoek is, die de opgaande gang in de piramide maakt met het horizontale vlak. Deze lijn snijdt ook nog precies de plaats waar God de rode zee opende om Zijn volk door te laten trekken om even later de legers van Farao te verzwelgen.

Alleen al deze feiten verbazen in hoge mate; hoe is dit mogelijk.

Hoe wist men dit; hoe kon men dit meten en hoe kon men dit ook nog nauwkeurig in steen uithakken?

We spreken hier over het meten en reconstrueren van hoeken met een nauwkeurigheid

met 4 cijfers achter de komma.

 

Welke schatten werden er gevonden in de Grote Piramide?

Er werd geen goud of zilver of edelgesteente gevonden, maar er werden grote schatten gevonden betreffende ons zonnestelsel en de tijdrekening, beginnend ongeveer 4000 jaar voor Christus over een periode van 6000 jaar. Deze chronologie betreft Gods handelen en vele data zijn terug te vinden in de Bijbel.

De gegevens betreffende rekenkunst en wiskunde; baanberekeningen van de aarde en de zon zijn verbazend nauwkeurig.

Eigenlijk is er dus niets tastbaars gevonden, behalve dan een granieten doodskist zonder deksel met niets erin. Deze kist is uit één massief stuk graniet gemaakt. Een onvoorstelbare prestatie, vooral om de binnenkant en de vier binnenhoeken volkomen glad en haaks te maken.

Maar het blijft vreemd om in een piramide een open sarcofaag zonder deksel te vinden.

Toch was de piramide hermetisch en volgens plan gesloten.

De opgaande gang naar de Koningskamer waar de sarcofaag staat was afgesloten met een enorm granieten blok, dat zo groot en zwaar is dat het nog steeds op dezelfde plaats staat waar de bouwers het destijds plaatsten. Men heeft er simpelweg een gang omheen uitgehakt. 

In alle andere piramiden zijn sarcofagen gevonden met de gebalsemde stoffelijke resten van Farao’s en andere vorstelijke personen.

Alle piramiden staan ook vol met teksten en wandschilderingen en verhalen over de grote daden der overledenen; van grote veldslagen en andere sterke staaltjes, maar in de Grote Piramide geen verhalen of afbeeldingen. Ook het Egyptische dodenboek wordt in vele piramides geciteerd en hele wanden werden ermee vol geschreven, maar niets daarvan in de Grote Piramide.

Was dit dan geen koningsgraf: het begint er steeds meer op te lijken.

 

Nadat de grafrovers wisten dat er geen goud te halen was, nam de belangstelling enorm af.

Er zijn ook nu natuurlijk lezers die de voorliggend feiten op voorhand afwijzen, simpel en alleen omdat Gods hand er zo nadrukkelijk in wordt uitgebeeld m.b.t. kosmos en tijd.

 

Voor hen geldt het gedicht uit Faust, dat luidt;

Daran erkenn’  ich die gelehrten Herren.

            Was ihr nicht tastet, liegt euch Meilenfern;                                                      

            Was ihr nicht faszt, das fehlt euch ganz und gar;

            Was ihr nicht rechnet, glaubt ihr sei nicht war;

            Was ihr nicht wägt, hat für euch kein Gewicht;

            Was ihr nicht münzt, das meint ihr, gelte nicht.

 

Vrij vertaald wil het zoveel zeggen als;

Hieraan herken ik geleerde heren,

            Wat ze niet voelen, is ver van hun bed.

            Wat ze niet snappen, missen ze totaal.

            Wat geen rekening met hen houdt, daarvan geloven ze dat het niet waar is.

            Wat ze niet kunnen wegen; legt voor hun geen gewicht in de schaal.

            Waar ze geen voordeel van hebben, menen ze, geldt niet.

 

De bouwmaterialen.

De Grote Piramide is helemaal gebouwd van kalksteen wat in de nabijheid werd gevonden.

Er zijn totaal ongeveer 2.300.000 steenblokken gebruikt van gemiddeld 2500 kg per stuk.

Dan spreken we hier over een totaal gewicht van 5.750.000 ton kalksteen.

Voor speciale verstevigingen en bekleding heeft men het veel hardere graniet gebruikt.

Alleen al voor de versteviging van de zoldering van de koningskamer zijn negen granieten balken gebruikt van 70.000 kg per stuk. Voor bekleding van wanden is ook graniet gebruikt dat 800 kilometer zuidelijk werd gewonnen en deel voor deel moest worden vervoerd.

Stelt u zich maar eens voor hoe de mensen in het oude Egypte in staat waren om graniet balken van 70.000 kilogram te maken om vervolgens 800 km te vervoeren.

 

 De bouw.

De bouw moet ongeveer twintig jaar hebben geduurd en volgens Herodotus waren er wel 100.000  arbeiders nodig. Het ging hier niet om slaven, maar om gehuurde arbeidskrachten.

Bij opgravingen in de buurt van deze piramide zijn ruines van veel gebouwen gevonden.

Er waren arbeiders verblijven met slaapzalen en eetzalen en alles was strak georganiseerd.

Een dergelijke enorme bouw onderneming is geen sinecure.

Bij goed beschouwen ziet men dat niet alle tweehonderd steenlagen stenen de zelfde dikte hebben. Vooral van de 35e laag is met het blote oog te zien dat die een grotere dikte heeft dan de andere lagen. De opbouw is als volgt; van onderen af eerst 8 lagen met grotere dikte.

Dan volgen 26 lagen met een dikte van 65 cm. Dan komt de 35e laag met meer dan de dubbele dikt n.l. 125 cm dikte.

De hartlijn van deze 35e laag bleek bij het doorgronden van de bijzondere betekenis der dimensies van doorslaggevend belang.   

 

De sleutel gevonden.

Nu doet zich de speciale omstandigheid voor, dat men jarenlang niet in staat was om de buitenomtrek van de piramide te meten, omdat er enorme bergen zand tegen waren opgewaaid.

Prof. Piazza Smyth had al uitvoerig in de piramide metingen verricht en kwam tot de verbazende conclusie dat de buitenomtrek 36524 moest zijn, ongeacht de eenheid.

Toch was dit nimmer gemeten en kon ook toen nog niet nauwkeurig bepaald worden, omdat ook de bekledingsstenen nog niet gevonden waren.

Hieruit blijkt toch wel het grote inzicht in dit wiskundige raadsel van dhr. Piazza Smyth.

Pas veertig jaren later, nadat de vage knik in de zijvlakken was ontdekt bleek dat de man in principe gelijk had, maar hij heeft alleen gelijk als het gaat om de theoretische piramide.

In 1925 wordt in opdracht van de Egyptische regering nogmaals de omtrek gemeten van de echte piramide, om een einde te maken aan de verschillende inzichten.

Toen werd officieel vastgesteld dat de omtrek van de piramide niet 36524 was maar ongeveer 7 meter minder.

Dit komt overeen met 286,1 P.inch en dit getal bleek de sleutel tot het raadsel te zijn.

Men noemt dit ook de afwijkingsfactor. Het verschil in omtrek ontstond omdat de bouwers zijn afgeweken van het oorspronkelijke bouwplan. Later bleek dat men niet anders kon dan afwijken van het plan.

 

De buitenmantel.

Pas in 1925 werd er een foto gemaakt vanuit een vliegtuig van de Grote Piramide.

Dat bracht een enorme stap voorwaarts, want toen pas werd ontdekt, dat de wanden niet volkomen vlak waren maar een hele kleine verticale knik hadden. Doordat de zon bijna recht vanaf de zijkant op een wand scheen, kwam men hierachter. Een vage schaduw viel over de helft van de zijde en dat was in al die voorgaande 45 eeuwen verborgen gebleven.

Het grondvlak van de piramide was dus geen rechthoek met slechts vier hoekpunten maar een veelhoek met 8, of zoals later bleek zelfs 16 hoekpunten.

Nu waren er dus meerdere omtrekken te meten en dat bracht de ontsluiering van het raadsel een grote stap dichterbij.

Astronomen onderscheiden drie verschillende getallen als het om de lengte van een jaar gaat.

A-   Het sterrenjaar met een lengte van 365,25637 middelbare zonnedagen.

B-    Het Zonnejaar met een lengte van 365,24 dagen dat tegenwoordig wordt gebruikt.

C-    Het Anomalistisch jaar met een lengte van 365,25958 dagen.

De lengte van een jaar kan dus op verschillende manieren worden gemeten.

Al deze drie omloop tijden van de aarde om de zon werden dus in de constructie van de piramide terug gevonden maar niet nadat men vanuit de lucht de schaduw knik had ontdekt.

Dit vereist een enorme kennis van de omloop tijden van zon, maan en sterren.

Men moet met een zeer grote precisie hoeken en tijden kunnen meten. Niet alleen om de architectuur op te stellen maar ook om de gevonden waarden in de praktijk te kunnen realiseren.

Dit zeer hoge kennisniveau van de ontwerpers én de bouwers is verbijsterend.

Zelfs de schommelende aardas, ook wel de percessie beweging genoemd en waarvan één cyclus ongeveer 26.000 jaar duurt, was verborgen en gevonden in de Grote Piramide.

Dit lezende kan ik bijna niet meer geloven aan een menselijke oorsprong van al deze feiten.

 

Tientallen eeuwen later heeft de mensheid m.b.v. mannen als Archimedes en Pythagoras en tijdgenoten langzamerhand en zeer schoorvoetend de draad van de wiskunde  een beetje opgepakt, maar het niveau is nooit meer geworden zoals het kennelijk toen was.

En de nu opgroeiende generatie kan niet eens meer machtsverheffen en worteltrekken zonder elektronische hulpjes; de degeneratie van het menselijk denken en het analytisch vermogen

en hun voeling met Gods Schepping zijn mijn inziens in de afgelopen eeuwen geminimaliseerd.

 

De theoretische piramide.

Trekt men de lijnen der zijden en der gangen denkbeeldig door, dan zullen ze elkaar snijden op punten buiten de echte piramide. Dit geldt vooral voor de top natuurlijk, omdat die mist.

Het is nu een plat vierkant vlak met zijden van 14 meter, maar er hoort een hoofd op de vier hoeken.

Als we dit doen moeten we ook rekening gehouden worden met de vroegere marmeren bekleding.

Wat nu op papier ontstaat is de theoretische piramide waarin we nu pas goed het chronologisch plan kunnen ontdekken en alle andere gegevens.

Als we van de opgaande gang een lijn naar beneden trekken totdat hij in de rotsbodem de verlengde lijn van de het noordvlak snijdt, dan is het gevonden snijpunt het nulpunt van de tijdschaal die in de piramide verborgen ligt. Dit punt werd berekend op 4004 v. Chr.

Dit getal herkennen we natuurlijk onmiddellijk als het jaar van de herschepping van Genesis 1.

Deze tijdslijn omvat een periode van 6000 jaar, want ook de verschillende perioden die Gods Woord onderscheid zijn steeds veelvouden van 1000 jaar.

Het is niet per ongeluk dat Christus Jezus precies in 4 voor onze jaartelling werd geboren.

Er waren sindsdien immers precies 4 dagen van 1000 jaren voorbij, en in de Bijbel lezen we dat één dag bij de Here is als 1000 jaar. (zie 2 Petrus 3:8)

Veel mensen hebben, zodra ze vernamen van de chronologie in de Grote Piramide zich op het boek hierover gestort, benieuwd als ze waren naar de wederkomst van Christus met alle daaraan verbonden gedachten.

Ze komen steeds bedrogen uit, want de huidige periode is de genade periode.

De Gemeente, zijnde het Lichaam van Christus was onbekend in het O.T.

Volgens het aan Paulus geopenbaarde geheimenis was zij onnaspeurlijk en van eeuwen her verborgen in God volgens Efeze 3:9 en niet in het Oude Testament.

Als deze Piramide een gedenkteken van God is, dan geldt ook hier de tekst uit Johannes 14:29. De Here Jezus is hier zelf aan het woord en Hij spreekt tot Zijn discipelen troostrijke woorden. Citaat; En nu heb Ik het u gezegd, eer het geschiedt, opdat gij geloven moogt, wanneer het geschiedt.

Het gaat dus om het herkennen van gebeurtenissen op het moment dat het gebeurt en niet om voorspellen.

 

 Wat werd binnenin gevonden?

In grote lijnen vond men één lange gang onder een hoek van ongeveer 26 graden schuin naar beneden loopt en één lange gang die van hieruit schuin naar boven loopt.

Vanaf de ingang is de lange gang kaarsrecht 75 meter naar beneden.

De breedte van deze gang, die leidt naar de kamer van de chaos is ongeveer 1 meter breed en 1,2 meter hoog.

De afwerking is buitengewoon strak en de voegen der stenen zijn flinterdun met toch nog een beetje cement ertussen. Het geheel is met zeer grote precisie gemaakt en je vraagt je af hoe mensen deze enorme inwendige steenblokken van twaalf en twintig ton zachte kalksteen, met zo’n grote nauwkeurigheid hebben kunnen maken, vervoeren en plaatsen.

Des te merkwaardiger is het, dat de kamer van de chaos, waar deze gang op uitkomt aan zijwanden en plafond dezelfde perfecte hebben, maar dat de vloer onbegaanbaar is.

Moedwillig heeft men de vloer een structuur gegeven waardoor lopen bijna onmogelijk is; het lijkt op een ruïne; d.w.z. een bewust gecreëerde chaos.

Overdrachtelijk zou deze ruimte het symbool kunnen zijn van de achteruitgang van de mensheid, n.l. van de nakomelingen van Adam; de totale degeneratie van het menselijke ras.

De lange smalle gang volgt een neergaande weg en als je beneden bent aangekomen en kijkt terug de gang door naar buiten dan verschijnt precies in het verlengde van deze gang de poolster uit het sterrenbeeld de draak; beeld van de oude slang.

Deze neergaande gang is weliswaar slechts een meter breed maar hij rust op een 12 meter brede stenen laag; dit moet een beeld zijn van de brede weg die tot verderf leidt, want een bouwtechnische noodzaak of verklaring is er niet.

Deze gang loopt voor het grootste gedeelte onder de oppervlakte waar de piramide op is gebouwd, onder het aardoppervlak dus.

Deze weg gaat neer in de aarde; in het graf, waar men evenwel niet kan staan of zitten want de vloer is een chaos en een puinhoop, en bewust zo gemaakt.

Deze neergaande weg kent echter ook, ruim voordat hij onder de aard oppervlakte duikt een alternatief. Er is een weg tot ontsnapping, en die voert omhoog naar de Koninginnekamer en dan via de grote galerij naar de Koningskamer.

De grote galerij wordt ook wel de Hal der waarheid in het Licht genoemd.

De enorme koningskamer telt meerdere etages en is helemaal met gepolijst graniet bekleed.

 

 De Chronologie.

In het grondvlak van de piramide zijn meerdere tijdcycli uitgedrukt zoals de tijd die de aarde er over doet om rond de zon te draaien en de tijd die nodig is voor een totale zwenking der aardas in de ruimte.

Toen men hier achter was, werd het idee geboren dat ook het inwendige van de piramide te maken had met chronologie. Men speurde verder en de wonderen stapelden zich op.

Kort samengevat is de doorgetrokken hartlijn van de opgaande gang naar de Koningskamer een tijdschaal met een lengte van 6000 jaar en de aanvang werd bepaald op 4004 jaar voor Christus.

Iedere Piramide inch van deze tijdlijn stelt een jaar voor.

Het beginpunt werd in eerste instantie aangenomen maar bleek met latere feiten precies te kloppen.

De hele constructie van de piramide berust op de jaarcirkel; daar begon het mee.

Deze jaarcirkel ontstaat als we om de theoretische top van de piramide een cirkel trekken die het grondvlak raakt. De omtrek van de basis der piramide is 36524 P.inches en de omtrek van de jaarcirkel om de top ook.

Hiermee ging men het grote geheim verder ontrafelen.

Metingen en berekeningen wijzen bij voorbeeld uit, dat het punt waar de hartlijn van de neergaande gang de opgaande tijdlijn snijdt precies overeen komt met 2513 P.inches.

Dat is dus 2513 jaren na 4000 voor Christus.

Bijbelonderzoek wijst uit dat in dit jaar de uittocht van het volk Israel uit Egypte plaats vond.

Nog een voorbeeld; In Johannes 21:11 staat de geschiedenis van de merkwaardige visvangst; 153 grote vissen. De Here Jezus zegt bij gelegenheid tegen zijn apostelen dat Hij hen tot vissers van mensen zal maken. Er moeten dus 12 x 153 mensen gevangen worden.

Symbolisch stelt de grote galerij de periode voor van de verbreiding van het evangelie van Koninkrijk. De lengte van de zoldering van deze galerij is dan ook 153 x 12 P.inches.

 

De betekenis.

Na bestudering van het boek; ‘De steenen spreken’ van C.F.PH.D. van der Vecht en veel informatie die over dit onderwerp op internet en in verschillende encyclopedieën te vinden zijn, kan ik niet anders als tot de conclusie komen dat deze Grote Piramide een grote en nauwkeurig chronologie der tijden bevat en dat er veel buitengewoon nauwkeurige informatie te vinden is betreffende ons zonnestelsel en de natuur om ons heen.

Dingen als de lichtsnelheid in lucht en in vacuüm werden beiden gevonden.

We spreken hier over grootheden van ongeveer 300.000 km. per seconde met minieme onderlinge verschillen.

Hieraan kan bijna geen menselijk denken ten grondslag liggen, dit plan moet een goddelijke oorsprong hebben. Voor God zou dit alles geen bijzonderheid zijn.

De nietige mens, die dit alles aanschouwt kan alleen maar in stille bewondering genieten van dit grootse monument.

In de Duitse taal hebben ze hiervoor een passend woord; Ein Denkmal.

Vrij vertaald; Denk er nog eens over na.

 

Conclusie.

Ja, welke conclusie mogen we trekken uit dit stenen wonder.

De gevonden feiten vertellen ons nu, in deze eeuw geen nieuws.

Maar het blijft natuurlijk verbazen dat we deze gegevens vinden in een bouwwerk dat zo oud is als de Grote Piramide.

Sommigen hebben geopperd, dat de zonen der goden die in Genesis 6 worden genoemd en die zo’n destructief doel voor ogen hadden, de oorsprong zouden zijn van alle gegevens.

Maar dat wil er bij ondergetekende niet in want deze wezens hadden maar één doel, en dat was de vernietiging van het totale menselijke ras, om te voorkomen dat de beloofde Messias hieruit zou geboren worden. Hun doelstelling was negatief en destructief en hun leider is de

mensenmoorder van den beginnen volgens Johannes 8:44.

Maar hoe dan en vooral wie dan?

Was God dan toch gewoon de grote architect achter dit wonder en hebben we het hier wellicht over het Egyptische heiligdom waarover Jesaja spreekt?

Citaat Jesaja 19:19 -Te dien dage zal er een altaar voor de Here zijn middenin Egypte en aan zijn grens een opgerichte steen voor de Here.

Vers 20: En dit zal tot een teken en tot een getuigenis wezen voor de Here der Heerscharen in het land Egypte.

Wanneer zij tot de Here roepen vanwege verdrukkers, dan zal Hij hun een verlosser en een strijder zenden, die hen zal redden.

Ik zou geen andere opgerichte steen weten in Egypte dan deze, maar misschien is het ook nog weer anders, nog mooier, nog verrassender.

Maar waarom heeft God het goed gevonden of wellicht nodig om dit fenomeen te laten bouwen, en wat leren we hiervan?

Hij moet er een doel mee hebben want God heeft altijd met alles een doel, al ontgaat ons dit ook nog vaak.

We leren Hem kennen uit Zijn Woord en uit de natuur om ons heen.

En hieruit komt Hij steeds al de grote Schepper te voorschijn die Zijn liefde niet onder stoelen of banken schuift maar ons er dagelijks mee confronteert, ja overlaadt.

De enige reden die ik kan bedenken is dat Hij ons in alle liefde en wijsheid weer eens laat zien, ten overvloede, dat er niets nieuws onder de zon is; dat alles waar wij zo trots op zijn, al eeuwen bekend was.

Er is niets origineels bij al onze vindingen; alles was er al.

God is immers de wetten maker in de chemie en de natuurkunde, in de wiskunde en in de sterrenkunde.

Alles wat wij met veel moeite uitpluizen kan niet anders dan dat het precies moet passen in de door God gecreëerde wetmatigheden.

Buiten deze wetten is er niets; buiten God is er ook niets.

De z.g. wetenschap zoekt alles buiten God om; heeft wellicht zelfs als doel om Hem buiten te sluiten, maar komt steeds bedrogen uit.

De wereld om ons heen glijdt snel af naar een steeds groter wordende chaos op elk gebied.

De oorzaak? De mensheid heeft God verlaten.

En Diezelfde liefdevolle God laat ons ook in het meesterstuk in steen uit de oudheid nogmaals zien dat we vruchteloos bezig zijn als we Hem passeren.

Voor Hem was geen moeite te groot; Zijn liefde die Hij in Christus sublimeert was uitzonderlijk en Hij had daarmee ieder mens op het oog; niemand uitgezonderd.

Laten we vooral dicht bij Hem blijven: Hij is het waard.

 

 

O.Vossema  Dec. 2010