Bekeerd


In het voorgaande gedeelte stond: Maar u, als kerkganger bent toch hopelijk wel gelovig?

Op deze vraag zijn meerdere antwoorden mogelijk.

1) men is een gelovige maar onbekeerd. Deze groep zouden we onbekeerde gelovigen noemen. in behoudende kringen is dat vaak dan het grootste deel.

2) men is gelovig en bekeerd. Deze groep zouden we de bekeerden kunnen noemen. in behoudende kringen is dat vaak een heel klein deel. hoe behoudender, hoe kleiner deze groep en hoe groter de eerste groep vaak is.

3) met is ongelovig. Deze groep spreekt in dit verband voor zich en is als groep minder belangrijk voor dit onderwerp.

 

Er zijn uiteraard meerdere variaties mogelijk maar als we het laten betrekken op de kerkganger dan hebben we te maken met een drietal groepen.

 

Als men dit te ver vindt gaan houden we het op twee groepen namelijk de eerste twee groepen zoals hierboven genoemd.

1) De onbekeerde gelovigen

2) de bekeerde gelovigen.

 

In veel behoudende kringen of kerken is het onbekeerd zijn een zwaarwegend iets. Toch verbaast het mij dat ik geen enkele keer het woordje ‘onbekeerd’ aantref in de Statenvertaling als dit zo’n dilemma zou zijn. Er is wel sprake van gelovigen en ongelovigen. Maar laten we ons eerst een concentreren op de diverse afgeleiden van "bekeren". Hierbij zijn te onderscheiden:
• Bekeer (komt 13x voor in de bijbel, SV)
• Bekeerd (25x)
• Bekeerde (4x)
• Bekeerden (6x)
• Bekeert (42x)
• Bekere (4x)
• Bekeren (46x)
• Bekerende (1x)
• Bekering (24x)

Het woord in de grondtekst heeft in het OT en NT de volgende betekenis:
3340 metanoe,w metanoeo {met-an-o-eh'-o}
Meaning: 1) tot andere gedachten komen, d.w.z. berouw hebben 2) beter inzicht verkrijgen, zich van harte verbeteren met afschuw over vorige zonden

Ik zal nu de 13 teksten weergeven met het woordje ‘bekeer’ in zich.

Jeremia 3:7 En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda.

Jeremia 3:12 Ga henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israel ! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden.

Jeremia 4:1 Zo gij u bekeren zult, Israel ! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen van Mijn aangezicht zult wegdoen, zo zwerft niet om.

Jeremia 31:18 Ik heb wel gehoord, dat zich Efraim beklaagt, zeggende: Gij hebt mij getuchtigd, en ik ben getuchtigd geworden als een ongewend kalf. Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want Gij zijt de HEERE, mijn God!

Klaagliederen 5:21 HEERE, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als van ouds.

Hosea 12:6 Gij dan, bekeer u tot uw God, bewaar weldadigheid en recht, en wacht geduriglijk op uw God.

Hosea 14:1 Bekeer u, o Israel! tot den HEERE, uw God, toe; want gij zijt gevallen om uw ongerechtigheid.

Hosea 14:2 Neem deze woorden met u, en bekeer u tot den HEERE; zeg tot Hem: Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen

Handelingen 8:22 Bekeer u dan van deze uw boosheid, en bid God, of misschien u deze overlegging uws harten vergeven wierd.

Openbaring 2:5 Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert.

Openbaringen 2:16 Bekeer u; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal tegen hen krijg voeren met het zwaard Mijns monds.

Openbaring 3:3 Gedenk dan, hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewaar het, en bekeer u. Indien gij dan niet waakt, zo zal Ik over u komen als een dief, en gij zult niet weten, op wat ure Ik over u komen zal.

Openbaring 3:19 Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.

Het zal de lezer zijn opgevallen dat er in de teksten twee woorden per tekst gemarkeerd zijn. Telkens volgt er achter het woordje ‘bekeer’ een persoonsverwijzing. Zoals ‘u of ‘ons’. Nu zou u kunnen zeggen met de teksten uit de boeken van Jeremia dat we dit onderwerp kunnen afsluiten. Er staat duidelijk dat Jeremia vraagt of God hem/ons wil bekeren dus het is volledig van God uit. Maar we moeten het niet omdraaien en op basis van deze twee teksten dan zeggen dat het volledig van Gods kant iets is dat moet plaatsvinden in ons leven.
Om een wat beter beeld te vormen van de teksten van Jeremia zet ik hieronder nog twee andere vertalingen van beide teksten.

• NBG Jeremiah 31:18 Ik heb werkelijk Efraïm horen klagen: Gij hebt mij getuchtigd, als een ongetemd kalf werd ik getuchtigd; bekeer mij, dan zal ik mij bekeren, want Gij, HERE, zijt mijn God.
• LEI Jeremiah 31:18 Ik heb Efraim horen klagen: Gij hebt mij getuchtigd, en ik ben getuchtigd, als een nog ongetemde stier. Breng mij terug, opdat ik terugkere; gij toch zijt de Heer, mijn God.

• NBG Lamentations 5:21 Breng ons, HERE, tot U weder, dan zullen wij wederkeren. Vernieuw onze dagen gelijk van ouds!
• LEI Lamentations 5:21 Breng ons, Heer, tot u terug, opdat wij weerkeren; vernieuw onze dagen, opdat zij zijn als weleer.

Toch geeft het merendeel van de teksten een ander beeld en dat is dat God vraagt: bekeert U. Gebiedende wijs. De mens moet zich omkeren naar God.
Maar, zult u misschien zeggen, er staat in:
SVV Philippians 2:13 Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.

We moeten wel oppassen alles naar God toe te schuiven. Niemand kan zeggen: Luister eens: in Filippenzen staat geschreven dat U het bent die zowel het willen als het werken werkt in mensen. Dus….. ik kan er niets aan doen. De mens heeft een vrije wil en God wil dat de mens naar Hem toekomt. God wil geven. Uit genade. Maar je moet er wel om vragen. Je moet je er wel voor openstellen. En hoe meer de mens zich overgeeft en openstelt, hoe meer Hij wil geven.

In de meeste gevallen van de bovenstaande teksten kunnen we het woordje ‘bekeer’ ook vertalen met ‘keer weder’.
In op2:16 kunnen we het bijv vertalen met ‘doe er afstand van’ want zoals we kunnen lezen in de verzen 14 en 15 waren er een aantal zaken niet correct en was men afgedwaald. En dan volgt vers 16 met: bekeer u, doe er afstand van, laat dit nu achterwege e.d. Het woordje ‘bekeer u’ geeft dus een omkering aan in het handelen van een persoon of een volk. Men liep bijv een afgodendienst achterna en moet die dan nu wegdoen. Men moet zich er dan vanaf keren. Zich bekeren. Dat wordt dan gevraagd.

Het volgende woordje dat we zullen bestuderen is ‘bekeerd’. Vanwege de aantallen zal ik ze niet allen hier neerzetten maar een aantal. De overige kunt u natuurlijk zelf opzoeken.

• SVV 2 Kings 23:25 En voor hem was geen koning zijns gelijke, die zich tot den HEERE, met zijn ganse hart, en met zijn ganse ziel, en met zijn ganse kracht, naar al de wet van Mozes, bekeerd had; en na hem stond zijns gelijke niet op.

• SVV Nehemiah 9:35 Want zij hebben U niet gediend in hun koninkrijk, en in Uw menigvuldig goed, dat Gij hun gaaft, en in dat wijde en dat vette land, dat Gij voor hun aangezicht gegeven hadt; en zij hebben zich niet bekeerd van hun boze werken.

• SVV Amos 4:6 Daarom heb Ik ulieden ook reinheid der tanden gegeven in al uw steden, en gebrek van brood in al uw plaatsen; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.

• SVV Matthew 11:20 Toen begon Hij de steden, in dewelke Zijn krachten meest geschied waren, te verwijten, omdat zij zich niet bekeerd hadden.

• SVV John 12:40 Hij heeft hun ogen verblind, en hun hart verhard; opdat zij met de ogen niet zien, en met het hart niet verstaan, en zij bekeerd worden, en Ik hen geneze.

• SVV Revelation 9:21 En hebben zich ook niet bekeerd van hun doodslagen, noch van hun venijngevingen, noch van hun hoererij, noch van hun dieverijen.

In deze teksten zien we ook steeds het feit dat een volk of personen zich wel of niet bekeerd hebben. Dit beeld komt nagenoeg in elke tekst weer terug. We kunnen dus niet zonder meer zeggen dat het alleen een werk is van Gods kant. De mens wordt gevraagd zich wel degelijk om te keren van zijn goddeloze weg.

Het volgende woord in deze studie is het woord ‘bekeerde”.

• SVV 2 Chronicles 36:13 Daartoe werd hij ook afvallig tegen den koning Nebukadnezar, die hem beedigd had bij God; en verhardde zijn nek, en verstokte zijn hart, dat hij zich niet bekeerde tot den HEERE, den God Israels

• SVV Jeremiah 3:7 En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij; maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda.

• SVV Malachi 2:6 De wet der waarheid was in zijn mond, en er werd geen onrecht in zijn lippen gevonden; hij wandelde met Mij in vrede en in rechtmatigheid, en hij bekeerde er velen van ongerechtigheid.

• SVV Acts 11:21 En de hand des Heeren was met hen; en een groot getal geloofde, en bekeerde zich tot den Heere.

Wederom een aantal teksten die laten zien dat de mens zelf verantwoordelijk is voor zijn keuze.
De tekst in maleachi geeft aan dat een mens zelfs iemand kan bekeren. Het gaat in dit gedeelte om een aanklacht tegen priester in Israel. Het gaat om het verbond met Levi dat God gesloten heeft. En van Levi ging iets uit zodanig dat hij er velen tot inkeer bracht van hun ongerechtigheid.

Bestuderen we nu het woord ‘bekeerden’ in de bijbel

• SVV 2 Chronicles 15:4 Maar als zij zich in hun nood bekeerden tot den HEERE, den God Israels, en Hem zochten, zo werd Hij van hen gevonden.

• SVV Nehemiah 9:28 Maar als zij rust hadden, keerden zij weder om kwaad te doen voor Uw aangezicht; zo verliet Gij hen in de hand hunner vijanden, dat zij over hen heersten; als zij zich dan bekeerden, en U aanriepen, zo hebt Gij hen van den hemel gehoord, en hebt hen naar Uw barmhartigheden tot vele tijden uitgerukt.

• SVV Jonah 3:10 En God zag hun werken, dat zij zich bekeerden van hun bozen weg; en het berouwde God over het kwaad, dat Hij gesproken had hun te zullen doen, en Hij deed het niet.

• SVV Acts 9:35 En zij zagen hem allen, die te Lydda en Sarona woonden, dewelke zich bekeerden tot den Heere.

• SVV Revelation 16:9 En de mensen werden verhit met grote hitte, en lasterden den Naam Gods, Die macht heeft over deze plagen; en zij bekeerden zich niet, om Hem heerlijkheid te geven.

• SVV Revelation 16:11 En zij lasterden den God des hemels vanwege hun pijnen, en vanwege hun gezweren; en zij bekeerden zich niet van hun werken.

We zien in deze teksten o.a dat God zag de mensen zich tot hem bekeerden. Wederom een daad van de mens uit.
Maar ook zien we in deze teksten het verwijt doorklinken dat de mensen zich niet bekeren van hun boze weg.

De laatste afgeleide is het woordje ‘bekeert’. Ook hier zullen we vanwege het aantal niet alle maar een aantal teksten de revue laten passeren.

• SVV 1 Samuel 7:3 Toen sprak Samuel tot het ganse huis van Israel, zeggende: Indien gijlieden u met uw ganse hart tot den HEERE bekeert, zo doet de vreemde goden uit het midden van u weg, ook de Astharoths; en richt uw hart tot den HEERE, en dient Hem alleen, zo zal Hij u uit de hand der Filistijnen rukken.

• SVV Joel 2:12 Nu dan ook, spreekt de HEERE, bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en dat met vasten en met geween, en met rouwklage.

• SVV Matthew 3:2 En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.

• SVV Acts 2:38 En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.


Vervolgen we ons onderzoek met het woord ‘bekere’. Zodat we zien hoe ook dit woord gebruikt wordt in de bijbel.

• SVV Isaiah 6:10 Maak het hart dezes volks vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze.

• SVV Ezekiel 33:9 Maar als gij den goddeloze van zijn weg afmaant, dat hij zich van dien bekere, en hij zich van zijn weg niet bekeert, zo zal hij in zijn ongerechtigheid sterven; maar gij hebt uw ziel bevrijd.

De tekst uit Jesaja 6:10 wil ik de komende tijd in een andere studie overdenken. Deze tekst komt namelijk nog twee maal voor. Deze tekst moet allereerst Jejaja uitspreken in zijn dagen maar deze tekst wordt ook door de Here Jezus aangehaald als ook Hij dit oordeel uitspreekt. En wel op een bepaald moment met grote gevolgen. Jaren later aan het eind van de handelingentijd spreekt de apostel Paulus dit zelfde oordeel uit. Wederom met een groot gevolg.

Er zijn vier teksten met het woord bekere in zich. Eenmaal wordt het gebruikt zoals we het dus zien in Jesaja 6:10. In de overige drie teksten wordt er gewezen op de goddeloze die gemaant wordt zich van zijn goddeloze weg te bekeren.

Het volgende woord is het woord ‘bekeren’.

• SVV Deuteronomy 30:2 En gij zult u bekeren tot den HEERE, uw God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel.

• SVV Psalm 22:27 Alle einden der aarde zullen het gedenken, en zich tot den HEERE bekeren; en alle geslachten der heidenen zullen voor Uw aangezicht aanbidden.

Wederom zien we ook in deze teksten weer het zelfde beeld naar voren komen dat de mens zich moet bekeren. Er staat niet dat men bidden moet om bekering. Het is een oproep aan de mens die er wel degelijk gehoor aan kan geven of niet.

In mijn bijbel staat boven psalm 22: Profetie van Christus’ lijden. Mijns inziens is dit niet geheel volledig. In deze psalm gaat het niet enkel over lijden. Het gaat ook over een Koningschap. Het gaat over heiden. Het gaat over alle einden der aarde. Doordat dit nog niet vervuld is en dat hier hedentendage geen sprake van is kan het niet anders zijn dan dat ook dit nog op zijn vervulling wacht. Het eerste gedeelte van deze psalm is dus vervuld. Maar het laatste deel nog niet. Dat zal plaatsvinden onder Zijn Koningschap over de wereld. Een Koningschap dat een aanvang zal nemen bij de wederkomst. Dan zal Israel kunnen gaan voldoen aan de opdracht die God met Israel heeft. Namelijk. Gij, Israel, zult Mij een priesterlijk koninkrijk en een heilig (apart) volk zijn. In die dagen gaat dan weer in vervulling. En zie, ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding van de aioon.

Volgt nu het woordje ‘bekerende’. Het komt maar een keer voor.
• SVV Psalm 19:7 De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des HEEREN is gewis, den slechten wijsheid gevende.
Ook in deze tekst moeten we voorzichtig zijn met de uitleg van de betekenis van ‘bekerende’. Er staat niet dat God de ziel bekeerd. De wet des HEEREN is volmaakt. Die wet overtuigt de ziel. In vers 9 vinden we daarom ook; het gebod des HEEREN is zuiver, verlichtende de ogen.

Het laatste woord in de rij is ‘bekering’.

SVV Matthew 3:8 Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig.
Een andere vertaling heeft: brengt dan vruchten voort die aan de bekering beantwoorden. Als men zich werkelijk tot Hem wendt dan gaat dat gepaard niet alleen met het verstand maar ook met het hart.
Deze vruchten zocht de Here Jezus ook tijdens zijn omwandeling in Israel. Drie jaar lang gepredikt onder hen. De vijgeboom Israel werdt steeds bemest. Maar de boom gaf geen vruchten. Maar Hij had daar wel recht op na die periode. Als Hij na zo’n drie jaar s’ochtens vroeg langs een weg een vijgeboom ziet staat zoekt Hij naar die vrucht maar vind niet. En Hij is er door geergerd en spreekt een oordeel uit over deze boom en hij verdort terstond.

SVV Acts 11:18 En als zij dit hoorden, waren zij tevreden, en verheerlijkten God, zeggende: Zo heeft dan God ook den heidenen de bekering gegeven ten leven !

Ook over deze tekst valt veel te zeggen in het licht van de boodschap van Paulus. Ik hou het kort. We zien hier dus dat de heidenen nu ook bekering ten leven is gegeven. En kort hierop komt Paulus in beeld en is een apostel der heidenen. Toch zien we aan het eind van de handelingen dat Paulus wederom naar de heidenen gaat en zegt! Die zullen horen. Dit kan verwarrend overkomen als men niet onderscheidend leest.
Als Paulus in de handelingentijd naar de heidenen gezonden wordt heeft dit een specifiek doel, namelijk; de olijfboom Israel tot jaloersheid te verwekken om tot geloof en bekering te komen. Door het enten van wilde loten kon men een boom die geen vrucht droeg wel vrucht laten dragen. Hier wordt uitgebreid over gesproken in romeinen 9,10 en 11.
Maar de boom is niet tot leven gekomen en is uitgehouwen. Israel ondervindt daar tot op de dag van vandaag de gevolgen van. Deze situatie van Israel wordt ons voorgesteld in Hosea 3.

SVV Hosea 3:1 En de HEERE zeide tot mij: Ga wederom henen, bemin een vrouw, die, bemind zijnde van haar vriend, nochtans overspel doet; gelijk de HEERE de kinderen Israels bemint, maar zij zien om naar andere goden, en beminnen de flessen der druiven.
SVV Hosea 3:2 En ik kocht ze mij voor vijftien zilverlingen, en een homer gerst, en een halven homer gerst.
SVV Hosea 3:3 En ik zeide tot haar: Gij zult vele dagen na mij blijven zitten (gij zult niet hoereren, noch een anderen man geworden), en ik ook na u.
SVV Hosea 3:4 Want de kinderen Israels zullen vele dagen blijven zitten, zonder koning, en zonder vorst, en zonder offer, en zonder opgericht beeld, en zonder efod en terafim.
SVV Hosea 3:5 Daarna zullen zich de kinderen Israels bekeren, en zoeken den HEERE, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot den HEERE en tot Zijn goedheid, in het laatste der dagen.

Dit gedeelte geeft een korte blik over de loop van Israel. Maar na het oordeel zien we in vers 5 een wending. Dit vers behoeft mijns inziens geen nadere uitleg. Dit is nog niet vervuld. We kunnen stellen dat vers 4 nu nog speelt. Maar er zal een keer komen. Gods plan zal ten uitvoer komen.

SVV Isaiah 46:9 Gedenkt der vorige dingen van oude tijden af, dat Ik God ben, en er is geen God meer, en er is niet gelijk Ik;
SVV Isaiah 46:10 Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; Die zegt: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.
SVV Isaiah 46:11 Die een roofvogel roept van het oosten, een man Mijns raads uit verren lande; ja, Ik heb het gesproken, Ik zal het ook doen komen; Ik heb het geformeerd, Ik zal het ook doen.

Met het afsluiten over de woorden die afgeleid zijn van bekeren komt bij mij een beeld naar boven dat de mens zich wel degelijk kan omkeren van zijn weg. God werkt dwars door alles heen in ons leven. Maar desondanks klinkt er steeds in door:
SVV Matthew 11:28 Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.