Gelovigen
Het komt op mij wat opmerkelijk over. De vraag is nu hoe dit nu zo komt. Als er gesproken wordt over bekering in de bijbel dan kan men stellen dat men voorheen onbekeerd was en na een bekering bekeerd is. Dus zo kan men dan vaststellen dat er in de bijbel gesproken wordt over bekeerden en onbekeerden mensen. Maar ook hier moeten we weer voorzichtig zijn met de interpretatie van de betekenis van ‘bekering’. We kunnen ons nu afvragen of bekeerden hetzelfde zijn als gelovigen en of onbekeerden gelijk zijn aan ongelovigen. Deze aanduidingen, gelovigen en ongelovigen komen we in een aantal afgeleiden tegen. Daarom wil ik deze woorden ook onderzoeken en nagaan hoe deze woorden gebruikt worden door de bijbel heen.
Laten we beginnen met het woordje ‘geloven’ en de afgeleiden daarvan. Dit zijn:
• Geloof (226x)
• Geloofd (91x)
• Geloofde (17x)
• Geloofden (43x)
• Geloofs (33x)
• Gelooft (84x)
• Gelove (2x)
• Geloven (73x)
• Gelovende (5x)
• Gelovig (5x)
• Gelovige (5x)
• Gelovende (11x)

Het woord in de grondtekst waar geloven voor is vertaald is:
4100 pisteu,w pisteuo {pist-yoo'-o}
Meaning: 1) denken dat waar is, overtuigd zijn van, geloven, vertrouwen schenken aan 1a) van de zaak die gelooft wordt 1a1) geloven, vertrouwen 1b) in morele of godsdienstige zin 1b1) in het N.T. gebruikt van de overtuiging en het vertrouwen waartoe iemand gebracht is door een bepaalde innerlijk en hoger voorrecht en wet van de ziel 1b2) vertrouwen dat Jezus of God kunnen helpen iets te verkrijgen of te doen: zaligmakend geloof 1bc) alleen maar erkenning van een feit of gebeurtenis: verstandelijk geloof 2) iemand iets toevertrouwen, d.w.z. zijn trouw 2a) iets toevertrouwd krijgen

Op deze wijze hebben we een goede betekenis van het woord geloven zodat we de teksten die volgen goed kunnen begrijpen.

De overige woorden zijn in de meeste gevallen afgeleiden hiervan. Net zoals wij in het nederlands diverse afgeleiden hebben.

Vanwege de aantallen zal ik van elk woord twee teksten nemen. Die volgen nu direct achter elkaar.

• SVV Habakkuk 2:4 Ziet, zijn ziel verheft zich, zij is niet recht in hem; maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.
• SVV Matthew 9:29 Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof.

• SVV Numbers 20:12 Derhalve zeide de HEERE tot Mozes en tot Aaron: Omdat gijlieden Mij niet geloofd hebt, dat gij Mij heiligdet voor de ogen der kinderen van Israel, daarom zult gijlieden deze gemeente niet inbrengen in het land, hetwelk Ik hun gegeven heb.

• SVV 2 Kings 17:14 Zo hoorden zij niet, maar zij verhardden hun nek, gelijk de nek hunner vaderen geweest was, die aan den HEERE, hun God, niet geloofd hadden.

• SVV Genesis 15:6 En hij geloofde in den HEERE; en Hij rekende het hem tot gerechtig
• SVV Acts 11:21 En de hand des Heeren was met hen; en een groot getal geloofde, en bekeerde zich tot den Heere.

• SVV Psalm 78:22 Omdat zij in God niet geloofden, en op Zijn heil niet vertrouwden.
• SVV John 2:11 Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.

• SVV Acts 14:27 En daar gekomen zijnde, en de Gemeente vergaderd hebbende, verhaalden zij, wat grote dingen God met hen gedaan had, en dat Hij den heidenen de deur des geloofs geopend had.
• SVV 1 Peter 1:7 Opdat de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus;

• SVV 2 Chronicles 20:20 En zij maakten zich des morgens vroeg op, en togen uit naar de woestijn van Thekoa; en als zij uittogen, stond Josafat en zeide: Hoort mij, o Juda, en gij, inwoners van Jeruzalem ! Gelooft in den HEERE, uw God, zo zult gij bevestigd worden; gelooft aan Zijn profeten, en gij zult voorspoedig zijn.
• SVV Matthew 9:28 En als Hij in huis gekomen was, kwamen de blinden tot Hem. En Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dat doen kan ? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere !

• SVV John 17:21 Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
• SVV Acts 6:7 En het woord Gods wies, en het getal der discipelen vermenigvuldigde te Jeruzalem zeer; en een grote schare der priesteren werd den gelove gehoorzaam.


Deze tekst is in het laatste deel wat moeilijk te verstaan. Daarom zet ik hieronder nog een tweetal andere vertalingen zodat de tekst wat duidelijker wordt. De SV is niet altijd even leesbaar en soms kan het verhelderend zijn een andere vertaling er naast te leggen.
• NBG Acts 6:7 En het woord Gods wies en het getal der discipelen te Jeruzalem nam zeer toe en een talrijke schare van de priesters gaf gehoor aan het geloof.
• LEI Acts 6:7 Het woord Gods wies, het aantal der leerlingen te Jeruzalem vermeerderde sterk, en een grote menigte priesters traden tot het geloof toe.

• SVV Matthew 18:6 Maar zo wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, ergert, het ware hem nutter, dat een molensteen aan zijn hals gehangen, en dat hij verzonken ware in de diepte der zee.
• SVV John 11:42 Doch Ik wist, dat Gij Mij altijd hoort; maar om der schare wil, die rondom staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij zouden geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.

• SVV Acts 24:14 Maar dit beken ik u, dat ik naar dien weg, welken zij sekte noemen, den God der vaderen alzo diene, gelovende alles, wat in de wet en in de profeten geschreven is;
• SVV 1 Peter 1:8 Denwelken gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt, in Denwelken gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde;

• SVV John 20:27 Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand, en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig.
• SVV Acts 16:34 En hij bracht hen in zijn huis, en zette hun de tafel voor, en verheugde zich, dat hij met al zijn huis aan God gelovig geworden was.

• SVV Acts 16:1 En hij kwam te Derbe en Lystre. En ziet, aldaar was een zeker discipel, met name Timotheus, zoon van een gelovige Joodse vrouw, maar van een Grieksen vader;
• SVV 2 Corinthians 6:15 En wat samenstemming heeft Christus met Belial, of wat deel heeft de gelovige met den ongelovige ?

• SVV Acts 10:45 En de gelovigen, die uit de besnijdenis waren, zovelen als met Petrus gekomen waren, ontzetten zich, dat de gave des Heiligen Geestes ook op de heidenen uitgestort werd.
• SVV 1 Thessalonians 1:7 Alzo dat gij voorbeelden geworden zijt al den gelovigen in Macedonie en Achaje.