Onderscheid in de woorden
De kern van dit gedeelte zal gaan of u nu een bekeerd iemand of een gelovig iemand bent. De meeste lezers zullen dan ook wel uit een bepaald kerkverband komen. De inhoud van dit gedeelte wordt dan ook geschreven met in mn achterhoofd het kerkverband waar ik in ben groot gebracht. En welk kerkverband dat is doet niet zo terzake. Het gaat er ook niet om dat ik hier mijn kerkelijke achtergrond verloochen of wat dan ook. Wel wil ik aan de hand van de bijbel dit onderwerp behandelen omdat ik dus persoonlijk een aantal zaken anders ben gaan zien die betrekking hebben op bekering en geloven en die afwijken van waarin ik ben grootgebracht. Dat onderscheid wil ik laten zien. Tevens wil ik trachten u te laten zien, ook al zal dat gebrekkig zijn, dat de apostel Paulus ons een geheimenis heeft geopenbaard dat vele gelovigen niet in hun juiste context kunnen plaatsen en daardoor vaak hun roeping niet verstaan. Dat vele deze boodschap niet juist verstaan heeft een oorzaak met als bron Israel. Door de vergeestelijking van Israel die in zeer veel kerken diep geworteld is geraakt, is er een sluier komen te liggen over de rijkdom van de boodschap van Paulus. Hierdoor leest men de bijbel vaak niet met onderscheid en schuift men alles op een hoop. Gevolg hiervan is vaak dat zeer veel teksten elkaar lijken tegen te spreken. Maar als men eenmaal door genade dit onderscheid leert zien dan wordt Zijn woord steeds Goddelijker. Dan lossen de verschillen als vanzelf op.
Er kan ook geen tegenspraak zijn in de bijbel. de bijbel is namelijk geinspireerd. En God spreekt zichzelf niet tegen. Maar als we geen onderscheid maakt in bedelingen dan loopt men vast op tal van zaken. Zaken die door de eeuwen heen op heel het kerkelijk erf voor een chaos hebben gezorgd. En het wonderlijke is als men deze boodschap leert verstaan dat je dan ziet dat al die verwarring niet nodig had geweest zolang men zich maar achter Paulus had geschaard en had geloofd wat hij van Godswege mocht openbaren. Maar men is al tijdens de tweede bediening (vanaf Israels terzijdezetting) van hem afgeweken. Het merendeel bleeft steken in de eerste bediening die in de handelingentijd plaatsvond. Maar ook kerkvaders en reformatoren hebben deze boodschap niet verstaan. Hoewel de kerk zich heeft losgemaakt van de roomse kerk, wat een grote zaak is geweest in de kerkgeschiedenis, heeft men helaas Paulus boodschap niet verstaan met alle gevolgen van dien. Daar al deze zaken is de boodschap van Paulus hedentendage nog steeds een verborgenheid voor velen. Daarom hoop ik op deze wijze een steentje bij te dragen om datgene dat verborgen is, in het licht te stellen.

Wilt u voor uzelf eens de volgende vraag beantwoorden? Bent u gelovig of bekeerd? Misschien bent u een trouw kerkganger. En valt er op dat vlak weinig op u aan te merken. Misschien denkt u wel: ik geloof wel maar ik ben nog niet bekeerd. Juist voor u is het van belang uw positie te geloven vanuit de bijbel. Waarin gelooft u eigenlijk?
Maar laten we eerst eens onderzoeken wat nu geloven is volgens de bijbel voor we op deze vraag het antwoord zoeken.

SVV Hebrews 11:1 Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.
SVV Hebrews 11:2 Want door hetzelve hebben de ouden getuigenis bekomen.
SVV Hebrews 11:3 Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden.

Maar waarin gelooft u eigenlijk?
Gelooft u dat God de schepper is van hemel en aarde?
Gelooft u dat God de wereld zo liefhad dat Hij zijn enig geboren zoon Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verlore ga maar eeuwig leve hebbe?
Gelooft u dat het Jezus Christus was die de zonde der wereld weggenomen heeft?
Gelooft u dat Hij daar aan het kruishout heeft gehangen?
Gelooft u dat Hij ook voor u gestorven is?
Gelooft u dat Hij is opgestaan?
Gelooft u dat Hij is opgevaren naar de hemel naar zijn Vader?
Gelooft u in de verheerlijkte Christus?
Gelooft u dit met heel uw hart?
Als u bovenstaande gelooft dan bent u toch een gelovige? Moet u dan nog apart een bekering meemaken om een waarachtig gelovige te zijn?
Als ik me me heen zie dan weet ik dat heel veel ‘onbekeerde’ gelovigen het Onze Vader bidden. Als men werkelijk overtuigt is dat een gelovige bekeerd moet worden kan men dan niet beter de onbekeerden waarschuwen door zon gebed niet al te lichtvoetig uit te spreken. Is het dan niet zo dan een onbekeerde zich dan teveel toeeigent door iets wat hij nog niet heeft ervaren, dat God zijn Vader is? Zomaar een gedachtengang beste lezer. Mijns inziens wordt er te veel nadruk opgelegd dat een gelovige nog bekeerd zou moeten worden. Dat men dan wel gelooft maar dat dat geloof niet zaligmakend is. Nergens in de bijbel wordt ons geleerd dat een gelovige nog bekeerd moet worden. Ongelovigen daarentegen wel. Maar ik mag hopen dat u uzelf zo niet ziet.
Vaak hoort men dan dat de prediking voor een groot gedeelte gericht wordt aan onbekeerden. Men moet dan bidden om bekering. Een zaak die geheel aan Gods kant ligt. Maar het is juist een dergelijke boodschap die vele gelovigen afhoudt van een persoonlijke geestelijke groei met God. Men durft dan zaken niet meer op zichzelf toe te passen omdat er nog iets in het leven moet gebeuren waar men geen grip op heeft.
Dan bidt men om vergeving van zonden. Men bidt om bekering. Maar juist de apostel laat ons zien dat onze zonden vergeven zijn. Laten we eens globaal naar de brief Efeze kijken en de brief doornemen.
Allereerst efeze 1:1
SVV Ephesians 1:1 Paulus, een apostel van Jezus Christus, door den wil van God, aan de heiligen, die te Efeze zijn, en gelovigen in Christus Jezus:
De gemeente van Efeze kennen we uit de handelingentijd. In deze tekst wordt de plaats Efeze genoemd. Deze brief was een rondzendbrief die naar verschillende gemeente werd gezonden. De brief werd dan overgeschreven waarbij men de plaats invulde van de plaats waarheen de brief heengezonden werd.
Daarom vinden we in veel vertalingen de naam Efeze tussen haken staan. De inhoud is dus niet alleen aan de efezieers gericht maar ook tot ons.
In ons vers zien we dat de brief gericht is aan de heiligen en gelovigen.
Hier lijkt iets dubbelop te staan. U zult met me eens zijn dat als er mensen heiligen staat in deze tekst dat daar niet wereldse heilige leiders of wat dan ook wordt bedoeld maar gelovigen. Het woord gelovigen dat er op volgt kan dan ook beter vertaald worden met getrouwen. Dat ligt meer in de lijn van de grondtekst.
Het woordje heiligen heeft de volgende betekenis.
40 a[gioj hagios {hag'-ee-os}
Meaning: 1) iets zeer heiligs, een heilige
Origin: van hagos (iets ontzagwekkends), vgl 53 2282 TDNT - 1:88,14;
Usage: AV - holy 161, saints 61, Holy One 4, misc 3; 229

Een aantal tekstplaatsen zal ik u tonen om een beeld te vormen van dit woord. U mag er mijns inziens ook gelovigen voor lezen.
Met gelovigen worden mensen bedoeld die ergens van overtuigd zijn. Zij geloven bijv. in God. Mensen kunnen ook geloven in Allah of Bhoeda of wie dan ook. Maar gelovigen die in God geloven worden ook wel heiligen genoemd.

• SVV Ephesians 3:8 Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus,

• SVV Philippians 4:22 Al de heiligen groeten u, en meest die van het huis des keizers zijn.

• SVV Philemon 1:5 Alzo ik hoor uw liefde en geloof, hetwelk gij hebt aan den Heere Jezus, en jegens al de heiligen.

Daarom mag u als gelovige ook deze brief ter harte nemen. Wat God zegt in deze brief geld ook voor u als gelovige. U moet leren geloven dat wat God zegt waar is.
In deze brief vinden we een tweetal gebeden. En deze gebeden zijn ook nodig. Zoals we gezien hebben in vers 1 is de brief gericht aan de heiligen en getrouwen. Zij weten dus wie Hij is. We lezen in Hoofdstuk 4 dat zij van Hem gehoord hebben en dat zij in Hem zijn onderwezen. Net zoals u. En toch gaat Paulus bidden. Zowel voor hen als voor u. waarom? Omdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geven een geest van wijsheid en van openbaring in Zijn kennis. En wat houdt dat dan in. wat moet dat als gevolg hebben? Verlichte ogen van uw verstand, opdat gij zoudt weten wat de hoop is van zijn roeping, wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis en hoe uitnemend groot Zijn kracht is aan ons, die geloven…….
Na dit gebed komen we in hoofdstuk 2. De eerste twee verzen zijn gericht aan de gemeente aan wie de brief gezonden is. Vers twee zegt daarom ook: in welke gij eertijds gewandeld hebt.
Als we lezen in Efeze 2 moeten we wel een aantal zaken in gedachten houden. De mensen uit Efeze waren onbesnedenen. Ze waren uit de heidenen. En leefden eertijds als heidenen. Zonder God en gebod. Zonder hoop. Zij stonden veraf.
De joden echter stonden dichtbij. Zij hadden de aanneming tot kinderen, de aanneming tot heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de eredienst, en de beloftenissen, hunner zijn de vaderen, en uit welke is de Christus, zoveel het vlees aangaat.
Dit onderscheid was er in heel de handelingenperiode. Eerst de Jood en dan de Griek (heiden).
houdt er rekening mee dat men pas in de handelingentijd ok naar de heidenen ging om het evangelie te verkondigen. Nagenoeg de gehele wereld rondom Israels was van God vervreemd en zij kenden God ook niet).

Vers drie in hoofdstuk 2 sluit ook ons in. namelijk:
SVV Ephesians 2:3 Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;
Daar is geen uitvucht voor ons.
Dan vers vier;
SVV Ephesians 2:4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft,
SVV Ephesians 2:5 Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden),
SVV Ephesians 2:6 En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;
SVV Ephesians 2:7 Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Zelfs toen wij dood waren door de misdaden….. dat geeft aan dat het geschied is buiten ons om. Toen is er iets veranderd. Namelijk: dat Hij ons (gelovigen) levend heeft gemaakt met Christus. Toen Christus stierf, stierven wij ook. Maar toen Hij levend gemaakt werd, werden wij ook levend gemaakt. En toen Hij opgewekt werd werden wij ook opgewekt. En toen Hij een plaats werd gegeven aan de rechterhand zijns Vaders werd ons daar ook een plaats gegeven. Een plaats in de hemelse gewesten.
Buiten ons om. Daarom is het ook:
SVV Ephesians 2:8 Want uit genade zijt gij zalig(behouden) geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;
Feitelijk krijgt u voor uw geloof iets terug. Misschien moet u het eens heel nuchter bekijken. God heeft buiten u om iets voor u geregeld. Hij heeft iets mogelijk gemaakt. Er is een weg gebaand. Ook voor u als ‘heiden’. En God heeft ontzettend veel te geven. God zegt eigenlijk: geloof je echt in mij? Dan heb ik je heel veel te geven. Die oude mens die je van nature bent is gedood. En in mijn Zoon, in Christus Jezus, zijn Jood en heiden Een gemaakt. Geschapen tot Een nieuwe mens. Let er op dat er staat 1 nieuwe mens. Waarom niet een nieuwe mens. Er is namelijk maar 1 nieuwe Mens. En daar Christus Jezus het hoofd van. En wij als gelovigen zijn Zijn Lichaam. Met elkaar als gelovige vormen wij dat Lichaam. En waar bevindt zich dat Lichaam? Dat Lichaam bevindt zich boven.
SVV Ephesians 2:19 Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods;
Wij hebben een geestelijke woning in de hemel. Dat is nu, terwijl wij hier op aarde zijn. Wij hebben een vrije toegang verkregen tot de Vade door de Geest. We mogen alles aan Hem voorleggen. Alles met Hem bespreken. Dag en nacht. Elke keer als we bidden komen we eigenlijk bij God binnen. En zijn we een huisgenoot. We kunnen als het ware op de bank gaan zitten en alles met Hem bespreken en overleggen. Hem vertellen wat er verkeerd is gegaan in ons leven. Als we verkeerde dingen hebben gedaan. Dan mogen we dat belijden voor de Vader.
In hoofdstuk 4 van Efeze wordt ons voorgehouden hoe wij dienen te wandelen in de nieuwe mens. Maar daarin staat ook nog iets opmerkelijks in vers 32. Namelijk:
SVV Ephesians 4:32 Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft.
Wilt u deze tekst nog eens lezen? Valt u iets op? Gelijkerwijs ook God in Christus ulieden (gelovigen) vergeven heeft. U heeft als gelovige, en met nadruk zeg ik hier gelovige ( er staat niet dat u bekeerd moet zijn om dit te mogen aanvaarden), u HEEFT vergeving van zonden. U hoeft daar niet meer om te bidden. Als u nu bidt om vergeving van zonden is dat in feite een teken van ongeloof. Mag ik u daar een voorbeeld van geven (voorbeeld heb ik niet van mijzelf)
Stel, u heeft mij benadeeld op een of andere wijze. Een korte tijd later komt u naar mij toe omdat het u niet lekker zit. We bespreken het met elkaar en ik vergeef het u wat u mij heeft aangedaan. Daarna gaan we ieder zijns weegs. Maar een beetje verbaast komt u de volgende dag weer naar mij toe en komt weer om vergeving vragen. Geduldig als ik ben zeg ik dan. Luister, gister hebben we het besproken en ik heb het je vergeven. En dat is nog zo. Ik kom daar niet meer op terug. De dag daarop komt u weer bij mij langs. Weer komt u om vergeving vragen. Wederom, geduldig als ik ben zeg ik dan. Luister nou eens naar mij. Ik heb toch gezegd dat ik het jouw vergeven heb. Geloof dat nu. Aanvaard het gewoon. Dan kunnen we verder. Als je er telkens om vraagt kunnen we niet verder.

De kern van dit voorbeeld zal u duidelijk zijn. Sterker nog, hopelijk ziet u in dit voorbeeld iets heel moois. Eerder in dit betoog heb ik al gezegd dat als men predikt tegen geloven dat zij moeten bidden om bekering, vergeving van zonden, dan komt men telkenmale terug op iets dat van Gods kant allang geschied is. Buiten u om. Daarom komen veel gelovigen niet verder in hun geestelijke groei. Ze kunnen maar niet aanvaarden wat God zegt over hun positie. Ze durven het niet te aanvaarden.
God echter zeg dat het een feit is. U heeft vergeving van zonden als gelovige. En God vraagt u dat door geloof te aanvaarden. En als u dit kunt aanvaarden, dit kunt geloven, wordt u gevraagd daarnaar te wandelen. Lees daarom de brief aan de efezieers nog eens in zn geheel eens rustig door. En nog eens. En nog eens. Ook Kolossenzen en Filippenzen en Timotheus.
Veel zou ik nog willen zeggen over deze brieven. Voor mij persoonlijk is het een geweldig iets deze boodschap, waarvan Paulus een dienaar was, te mogen aanvaarden.

Hoe gaat dat dan in de praktijk?Met vallen en opstaan. Wie struikelt er niet in zonde? Hebben we niet allemaal zo onze zwakheden? Hebben we daar allemaal niet mee te maken. Wel bemerk ik dat hoe meer ik met deze dingen bezig ben., te bedenken de dingen die boven zijn, hoe meer ik Zijn nabijheid ervaar. Dan weet ik dat als ik bid Hij mij hoort. Hij kent mij door en door. Kan ik iets verborgen houden? God kijkt dwars door mij heen. Ook door u, lezer. Hij kent u bij name. Heel uw handel en wandel is bij Hem bekend. Laat daarom niets voor Hem verborgen. Als u iets heimelijks heeft waar anderen niet van weten overleg het met Hem. U hoeft zich niet te schamen voor Hem.
Ook als we te maken krijgen met lijden en andere moeilijke levensomstandigheden. En wie heeft ze niet?
Leg het aan Hem voor. Hij neemt het vaak niet weg. Maar u mag de last dan delen. Als gelovige zullen wij ook moeten lijden. Zonder strijd geen overwinning.
SVV Philippians 1:29 Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden;
SVV Philippians 1:30 Denzelfden strijd hebbende, hoedanigen gij in mij gezien hebt, en nu in mij hoort.

Hoe vaak bidden wij? Als ik naar me zelf kijk is dat niet elke dag. De aardse zaken kunnen een dusdanig beslag leggen op geestelijke zaken dat er soms tijden geen gebed is. Soms ben ik zo met aardse zaken bezig dat ik mij schaam of niet durf te bidden. Is dat dan direct een probleem? Is dat direct een zonde? Gelukkig niet. En God wacht tot we terugkomen bij Hem. Door het gebed. En dat kan soms wel even duren voor we ons weer terugkeren.
Maar ondanks dat we ons ontrekken aan hem, Hij blijft getrouw. Gelukkig maar. Anders was het een hopeloos iets geweest. Maar telkens als we weer terugkeren tot Hem, als we ons buigen en verdiepen in Zijn woord, dan wil Hij ons ook geven van zijn genade en rijkdom. Dan krijgen we ook inzicht. Stap voor stap. Dat is die geestelijke groei. Dan merken we dat ook op. En het is fijn om met elkaar deze zaken te bepreken. Met elkaar te ontdekken wat er allemaal in Zijn woord geschreven staat.