Ongelovigen
Na deze woorden gehad hebben rest ons nog alleen de woorden die afgeleid zijn van ‘ongelovig’ te onderzoeken. Als we al deze woorden langsgelopen zijn hebben we een goed beeld van hoe de bijbel tegen diverse woorden aankijkt. Dan wil ik dieper op de inhoud ingaan. Maar nu eerst nog de woorden van “ongeloof’.

• Ongeloof (6x)
• Ongeloofs (1x)
• Ongelovig (6x)
• Ongelovige (7x)
• Ongelovigen (10x)
• Ongelovigheid (5x)

Bij het woordje ongeloof vinden we de volgende uitleg:
570 avpisti,a apistia {ap-is-tee'-ah}
Meaning: 1) trouweloos 2) gebrek aan geloof, ongeloof 3) zwakheid van geloof
Origin: van 571 TDNT - 6:174,849;
Usage: AV - unbelief 12; 12
Op deze wijze hebben we een beter beeld wat met afgeleide woorden bedoeld wordt.

• SVV Matthew 13:58 En Hij heeft aldaar niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof.
• SVV Romans 11:20 Het is wel; zij zijn door ongeloof afgebroken, en gij staat door het geloof. Zijt niet hooggevoelende, maar vrees.

• SVV Matthew 17:20 En Jezus zeide tot hen: Om uws ongeloofs wil; want voorwaar zeg Ik u: Zo gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot dezen berg zeggen: Ga heen van hier derwaarts, en hij zal heengaan; en niets zal u onmogelijk zijn.

• SVV Matthew 17:17 En Jezus, antwoordende, zeide: O, ongelovig en verkeerd geslacht, hoe lang zal Ik nog met ulieden zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen ? Brengt hem Mij hier.
• SVV John 20:27 Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand, en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig.

• SVV 1 Corinthians 7:14 Want de ongelovige man is geheiligd door de vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd door den man; want anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig.
• SVV 2 Corinthians 6:15 En wat samenstemming heeft Christus met Belial, of wat deel heeft de gelovige met den ongelovige ?

• SVV 1 Corinthians 14:22 Zo dan, de vreemde talen zijn tot een teken niet dengenen, die geloven, maar den ongelovigen; en de profetie niet den ongelovigen, maar dengenen, die geloven.
• SVV 2 Corinthians 6:14 Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis ?

• SVV Mark 9:24 En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere ! kom mijn ongelovigheid te hulp.
• SVV Mark 16:14 Daarna is Hij geopenbaard aan de elven, daar zij aanzaten, en verweet hun hun ongelovigheid en hardigheid des harten, omdat zij niet geloofd hadden degenen, die Hem gezien hadden, nadat Hij opgestaan was.

Nu we de woorden gevolgd hebben, de bijbel door, hebben we als het goed is een juist beeld van de betekenis van deze woorden zoals ze dus gebruikt worden in de bijbel. En met deze betekenis in onze gedachten kunnen we gaan onderzoeken hoe e.e.a. in de dagelijkse praktijk zijn uitwerking heeft.

Deze studie gaat dus om de betekenis van deze woorden en de gevolgen hiervan. Laten we ons daarom vooraf een aantal vragen stellen en die eens onderzoeken:
Is een bekeerd gelovige een ander gelovige dan een niet bekeerd gelovige?
Is bekeerd gelijk aan gelovig en onbekeerd aan gelovig?
Is een niet bekeerd iemand niet goed genoeg gelovend?
Zijn kerkmensen dan gelovig of ongelovig.

Er is nogal wat prediking die gestoelt is op de gedachte dat de mensheid bestaat uit onbekeerd en bekeerd.
In zeker zin is dit ook waar. Mensen die niet geloven zijn niet bekeerd. Maar kan men dan ook zeggen dat zij die wel geloven dan ook bekeerd zijn?